Ggd en kgv
Je leert de grootste gemene deler en het kleinste gemene veelvoud van twee getallen vinden.
Zo reken je het uit
- Voor de ggd zoek je de delers van het kleinste getal, van groot naar klein.
- De eerste die ook in het andere getal past, is de grootste gemene deler.
- Voor het kgv zeg je de tafel van het grootste getal op.
- De eerste uitkomst die ook in de tafel van het andere zit, is het kleinste gemene veelvoud.
6 × 2 = 12, dus 12 : 6 = 2
Een voorbeeld, uitgewerkt
De ggd van 12 en 18.
- De delers van 12, van groot naar klein: 12, 6, 4, 3, 2, 1.
- 12 past niet in 18, 6 wel.
- De ggd is 6.
Nog meer voorbeelden
De ggd van 8 en 12.
- De delers van 8: 8, 4, 2, 1.
- 8 past niet in 12, 4 wel.
- De ggd is 4.
Het kgv van 4 en 6.
- De tafel van 6: 6, 12, 18.
- 6 zit niet in de tafel van 4, 12 wel.
- Het kgv is 12.
Zelf proberen
Wat is het kgv van 12 en 18?
Wat is de ggd van 30 en 45?
Let op
Je vermenigvuldigt de twee getallen voor het kgv.
4 × 6 = 24 is een gemeen veelvoud, maar niet het kleinste. Zeg de tafel op.
Tips
- Past het kleinste getal in het grootste, dan is het kleinste de ggd en het grootste het kgv.
Uitzonderingen
- Hebben twee getallen geen deler gemeen behalve 1, dan is het kgv hun product: kgv van 5 en 7 is 35.
Waarom het werkt
De ggd heb je nodig om een breuk eenvoudiger te maken, het kgv om twee breuken dezelfde noemer te geven.