Verhaalsommen in twee stappen
Je leert een verhaalsom oplossen waarin je twee sommen na elkaar maakt.
Zo reken je het uit
- Zoek eerst wat je nog niet weet maar wel kunt uitrekenen, vaak een totaal.
- Reken die eerste som uit en schrijf de uitkomst op.
- Gebruik die uitkomst in de tweede som.
- Kijk of het antwoord in het verhaal past.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Lars koopt 3 boeken van 12 euro. Hij betaalt met 50 euro. Hoeveel krijgt hij terug?
- Reken eerst uit wat de boeken kosten: 3 × 12 = 36 euro.
- Gebruik dat in de tweede som: 50 − 36 = 14.
- Hij krijgt 14 euro terug.
Nog meer voorbeelden
Er zijn 120 snoepjes. Er gaan er 24 naar de juf. De rest wordt verdeeld over 8 kinderen. Hoeveel krijgt elk kind?
- Reken eerst de rest uit: 120 − 24 = 96 snoepjes.
- Verdeel die over de kinderen: 96 : 8 = 12.
- Elk kind krijgt 12 snoepjes.
Een pak koekjes kost 3 euro. Je koopt er 4 en betaalt met 20 euro. Hoeveel krijg je terug?
- Reken eerst uit wat de koekjes kosten: 4 × 3 = 12 euro.
- Gebruik dat in de tweede som: 20 − 12 = 8.
- Je krijgt 8 euro terug.
Let op
Je stopt na de eerste som: bij de boeken zeg je 36 euro.
Lees de vraag nog eens. Er wordt gevraagd wat hij terugkrijgt, niet wat het kost.
Je maakt één som van alle getallen: 3 + 12 + 50.
Zoek eerst wat je nog niet weet maar wel kunt uitrekenen. Maak daar een aparte som van.
Tips
- Schrijf het tussenantwoord op, dan raak je het niet kwijt.
Waarom het werkt
Soms staat het getal dat je nodig hebt niet in het verhaal, maar moet je het eerst uitrekenen. Dat tussenantwoord gebruik je daarna in de tweede som. Wie het tussenantwoord opschrijft, raakt het niet kwijt.