Eén of twee medeklinkers?

Je leert kiezen tussen één of twee medeklinkers: bomen of bommen.

Zo schrijf je het

  1. Hak het woord in stukjes: bo-men of bom-men.
  2. Klinkt het eerste stukje lang (bo), dan schrijf je één medeklinker.
  3. Klinkt het kort (bom), dan schrijf je er twee.
De vier klankgroepen
Korte klank (a, e, i, o, u)Dubbelzetter: bak-ker
Lange klank (aa, ee, oo, uu)Eén klinker weg: mo-len
Tweetekenklank (ie, oe, ui)Schrijf wat je hoort
MedeklinkerSchrijf wat je hoort

Een voorbeeld, uitgewerkt

In het park staan hoge ___. (meervoud van boom)

  1. Hak het woord in stukjes: bo-men.
  2. Luister naar het eerste stukje: bo klinkt lang.
  3. Een lange klank aan het eind van een stukje schrijf je met één letter.
  4. Schrijf dus één m: bomen.
Nog meer voorbeelden

Op de plank staan drie ___. (meervoud van pot)

  1. Hak het in stukjes: pot-ten.
  2. Het eerste stukje klinkt kort.
  3. Schrijf twee keer een t: potten.

In de struik hangen rode ___. (meervoud van bes)

  1. Hak het in stukjes: bes-sen.
  2. Het eerste stukje klinkt kort.
  3. Schrijf twee keer een s: bessen.

Zelf proberen

  1. lange klank: ra-ket

    De ___ werd vanaf het lanceerplatform naar de geschoten.

  2. meervoud van taak

    Vóór we gaan buitenspelen moet ik nog twee ___ afmaken.

Let op

  • Je schrijft de lange klank dubbel, zoals boomen in plaats van bomen.

    Staat de klank aan het eind van een stukje, dan is één letter genoeg: bo-men.

  • Je vergeet de tweede medeklinker, zoals poten in plaats van potten.

    Zeg het woord: klinkt de o kort, zoals in pot? Dan komen er twee.

Tips

  • Zeg alleen het eerste stukje: klinkt het kort, dan komen er twee medeklinkers.

Waarom het werkt

Hak je een woord in stukjes, dan hoor je of het eerste stukje lang of kort klinkt. Een lange klank heeft genoeg aan één medeklinker erna: bo-men. Een korte klank moet je dichtzetten met een tweede: bom-men.