Meervoud met onbeklemtoonde slotlettergreep

Je leert meervouden met een onbeklemtoonde slotlettergreep zonder verdubbeling te schrijven.

Zo schrijf je het

  1. Zeg het woord en luister waar de klemtoon ligt.
  2. Valt de klemtoon vooraan, dan verdubbel je niet.
  3. De laatste klinker is onbeklemtoond.
  4. Dus perzik wordt perziken.

Een voorbeeld, uitgewerkt

In de boomgaard plukken we verse ___. (perzik)

  1. Zeg het woord perzik hardop: je zegt PÉR-zik en niet per-ZÍK.
  2. De klemtoon ligt vooraan.
  3. Daarom verdubbel je de k niet in het meervoud: perziken met één k.
Nog meer voorbeelden

In de lucht vliegen twee ___. (havik)

  1. De klemtoon ligt op ha-: HÁ-vik.
  2. De slotlettergreep is onbeklemtoond.
  3. Je schrijft haviken met één k.

De ___ zingen hoog in de lucht. (leeuwerik)

  1. De klemtoon ligt op leeuw-.
  2. Schrijf het meervoud met één k: leeuweriken.

Zelf proberen

  1. meervoud van adamsappel

    Bij mannen zie je in de hals duidelijke uitstekende ___.

  2. meervoud van flauwerik

    Niemand wilde meedoen met de van die twee vervelende ___.

Let op

  • Je verdubbelt de medeklinker en schrijft perzikken of monnikken.

    Luister goed waar de klemtoon valt: alleen bij een beklemtoonde korte klank verdubbel je de medeklinker.

Tips

  • Spreek het woord overdreven uit met de klemtoon achteraan: per-ZIKKEN klinkt vreemd, dus één k.

Waarom het werkt

Normaal verdubbel je na een korte klinker de medeklinker, zoals in bakken of katten. Maar als de klemtoon helemaal niet op die laatste lettergreep valt, klinkt de klinker dof en verdubbel je niet. Daarom schrijf je perziken met één k.