Hoofdletters bij achternamen

Je leert wanneer de, van of ter in een achternaam een hoofdletter krijgt.

Zo doe je de proef

  1. Zoek het tussenvoegsel: de, van, der, ter of den.
  2. Kijk wat ervoor staat.
  3. Staat er een voornaam voor? Dan blijft het tussenvoegsel klein.
  4. Staat er meneer, mevrouw of niets voor? Dan krijgt het tussenvoegsel de hoofdletter.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Welk woord moet een hoofdletter krijgen? Ik zag kees de Bruin bij het zwembad.

  1. Zoek het tussenvoegsel: de.
  2. Kijk wat ervoor staat: de voornaam kees.
  3. De voornaam krijgt de hoofdletter: Kees de Bruin.
Nog meer voorbeelden

Welk woord moet een hoofdletter krijgen? Wij hebben meneer de Bruin gesproken.

  1. Zoek het tussenvoegsel: de.
  2. Kijk wat ervoor staat: meneer, geen voornaam.
  3. Het tussenvoegsel krijgt de hoofdletter: meneer De Bruin.

Welk woord moet een hoofdletter krijgen? Wij kennen mevrouw van Dam goed.

  1. Zoek het tussenvoegsel: van.
  2. Kijk wat ervoor staat: mevrouw, geen voornaam.
  3. Het tussenvoegsel krijgt de hoofdletter: mevrouw Van Dam.

Let op

  • Je geeft het tussenvoegsel altijd een hoofdletter.

    Kijk eerst wat ervoor staat. Na een voornaam blijft het klein: Anne van Dam.

Tips

  • Staat de achternaam vooraan in de zin, dan krijgt het tussenvoegsel altijd een hoofdletter: Van Dam komt later.

Waarom het werkt

Een achternaam als De Bruin heeft een tussenvoegsel: de. Staat er een voornaam voor, dan draagt de voornaam de hoofdletter en blijft het tussenvoegsel klein. Staat er iets anders of niets voor, dan begint de naam bij het tussenvoegsel, en krijgt dat de hoofdletter.