Woordenschat: groep 3

Je leert woorden herkennen aan hun betekenis, zoals in een woordenboek.

Zo doe je de proef

  1. Lees eerst de betekenis heel goed.
  2. Zoek in de zin het woord dat precies dát betekent.
  3. Wijs het woord aan.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wijs het woord aan dat betekent: Een plaatje of tekening die laat zien hoe iets eruitziet.

  1. Lees eerst de betekenis goed.
  2. Zoek in de zin het woord dat over een plaatje gaat.
  3. Het juiste woord is afbeelding.
Nog meer voorbeelden

Wijs het woord aan dat betekent: De persoon op school die voor het gebouw zorgt.

  1. Lees eerst de omschrijving.
  2. Denk aan wie op school het gebouw opent en helpt.
  3. Het juiste woord is conciërge.

Wijs het woord aan dat betekent: Het schoolvak over landen en rivieren.

  1. Lees eerst de omschrijving.
  2. Zoek het woord dat over de aarde en landen gaat.
  3. Het juiste woord is aardrijkskunde.

Wijs het woord aan dat betekent: Een inklapbaar scherm dat je beschermt tegen regen.

  1. Lees eerst de omschrijving.
  2. Zoek het woord voor het scherm dat je droog houdt.
  3. Het juiste woord is paraplu.

Let op

  • Je kiest een ander woord uit de zin dat je toevallig ook kent.

    Kijk altijd eerst naar de betekenis in de vraag en zoek het woord dat daar precies bij past.

Tips

  • Lees de hele zin rustig door en vraag jezelf af welk woord het beste aansluit bij de omschrijving.

Waarom het werkt

Als je veel woorden kent en weet wat ze betekenen, begrijp je teksten veel beter. Door de omschrijving te vergelijken met de zin vind je het juiste woord.