Zinnen typen

Je leert een hele zin doortypen, met hoofdletter, spaties en punt, zonder te stoppen tussen de woorden.

Zo vind je de toets

  1. Lees de hele zin één keer.
  2. Typ door zonder bij elke spatie te stoppen.
  3. Maak de hoofdletter met shift van je andere hand.
  4. Typ de punt aan het eind ook.
1234567890
qwertyuiop
asdfghjkl;'
zxcvbnm,./
shiftshift

Een voorbeeld, uitgewerkt

De kat zit op de mat.

  1. Lees de hele zin één keer.
  2. Houd shift in met je rechterpink en tik de D met je linkermiddelvinger.
  3. Laat shift los en typ de woorden door, met je duim op de spatie.
  4. Eindig met de punt van je rechterringvinger.
  5. Zo typ je de hele zin zonder te stoppen.
Nog meer voorbeelden

Waar is mijn jas?

  1. Lees de zin.
  2. Maak de W met shift van je rechterpink.
  3. Typ door tot jas.
  4. Houd shift in met je linkerpink en tik de toets van het vraagteken.

Ik ben blij.

  1. Houd shift in met je linkerpink en tik de I met je rechtermiddelvinger.
  2. Typ de rest van de zin door.
  3. Laat je duim steeds op de spatie vallen.
  4. Eindig met de punt.

Let op

  • Je vergeet de punt aan het eind, omdat de zin in je hoofd al klaar is.

    De punt hoort bij de zin. Kijk na je laatste woord nog één keer naar het eind van de regel.

Tips

  • Lees de zin vooruit terwijl je typt: je ogen zijn één woord sneller dan je vingers.
  • Je duim doet de spatie. Welke duim je gebruikt, mag je zelf kiezen.

Waarom het werkt

Een zin is een reeks woorden met een spatie ertussen. Wie bij elke spatie stopt, typt losse woorden. Als je de zin eerst leest, gaat de spatie gewoon mee in de beweging.