Gebodsborden
Je leert aan een rond blauw bord zien waar je moet rijden of lopen.
Zo weet je wie er voorgaat
- Een rond blauw bord zegt wat je moet.
- Staat er een fiets op, dan fiets je op dat fietspad.
- Staat jouw voertuig er niet op, dan hoort het er niet.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Een blauw bord met een fiets.
- Kijk naar het bord: rond en blauw, dus een gebodsbord.
- Het plaatje is een fiets.
- Fietsers moeten dus op het fietspad rijden.
- De fietser rijdt op het fietspad, niet op de rijbaan.
Nog meer voorbeelden
Hetzelfde bord, maar nu komt er een bromfietser aan.
- Er staat geen brommer op het bord.
- Het fietspad is niet voor hem.
- Hij rijdt op de rijbaan.
Een blauw bord met een fiets en een bromfiets.
- Op het bord staan een fiets én een bromfiets.
- De bromfietser staat dus op het bord.
- Hij moet op het fiets- en bromfietspad rijden.
Let op
Je fietst op de rijbaan naast een verplicht fietspad.
Staat er een rond blauw bord met een fiets, dan moet je op het fietspad.
Tips
- Kijk wie er op het blauwe bord staan: alleen die moeten.
- Een rond blauw bord zegt wat je moet, een rond rood bord wat niet mag.
Uitzonderingen
- Een blauw vierkant bord met een fiets zegt alleen dat daar een fietspad is. Je hoeft er niet op.
Waarom het werkt
Een gebodsbord zegt wat je moet. Een fiets op een blauw bord betekent: fietsers moeten dit fietspad nemen. Staat er ook een brommer op, dan moeten brommers er ook op.