Haaientanden
Je leert dat je bij haaientanden iedereen van links en rechts laat voorgaan.
Zo weet je wie er voorgaat
- Kijk of er witte driehoeken op de weg liggen, of een bord met de punt omlaag staat.
- Dan laat je iedereen van links en rechts voorgaan.
- Rijd pas als het vrij is.
Een voorbeeld, uitgewerkt
A heeft haaientanden, B komt van links.
- Kijk naar de weg bij A: er liggen haaientanden.
- Bij B staat het oranje ruitbord, B rijdt op de voorrangsweg.
- A heeft de haaientanden voor zich en laat iedereen voorgaan, ook B van links.
- Eerst B, dan A.
Nog meer voorbeelden
Op een T-splitsing heeft de auto haaientanden.
- De auto laat iedereen van links en rechts voorgaan.
- De fietser en de andere auto zitten niet in elkaars weg.
- A wacht.
De fietser heeft haaientanden en wil linksaf, de auto komt van de voorrangsweg en slaat rechtsaf.
- A heeft haaientanden voor zich, B rijdt op de voorrangsweg.
- A laat B voorgaan, ook al slaat B af.
- Eerst B, dan A.
Let op
Je gaat toch, omdat je van rechts komt.
Haaientanden gaan voor rechts gaat voor. Wie ze voor zich heeft, wacht.
Tips
- Het bord met de punt omlaag zegt hetzelfde als haaientanden.
- Rijd pas als je van links en van rechts niemand ziet aankomen.
Uitzonderingen
- Een voertuig met zwaailicht en sirene gaat voor, ook als hij zelf haaientanden heeft.
Waarom het werkt
Haaientanden en het driehoekige bord met de punt omlaag betekenen hetzelfde: jij wacht. Ze staan waar een zijweg op een drukke weg uitkomt. Daar telt rechts gaat voor niet meer.