Zandweg, uitrit en erf

Je leert dat je voorrang geeft als je van een zandweg, een uitrit of een erf komt.

Zo weet je wie er voorgaat

  1. Komt je weg van zand of grind, dan laat je de verharde weg voorgaan.
  2. Uit een uitrit of van een erf laat je iedereen voorgaan.
  3. Ook voetgangers en fietsers.

Een voorbeeld, uitgewerkt

De tractor komt van de zandweg, de fietser komt van links.

  1. Kijk naar de weg onder A: daar ligt geen asfalt, het is een zandweg.
  2. De fietser B rijdt op de verharde weg.
  3. De tractor komt van een onverharde weg.
  4. Wie van een onverharde weg komt, laat iedereen op de verharde weg voorgaan.
  5. Eerst B, dan A.
Nog meer voorbeelden

Een auto rijdt een uitrit uit, er loopt een voetganger langs.

  1. De auto komt uit een uitrit.
  2. Hij laat iedereen voorgaan, ook de voetganger.
  3. A wacht.

Een fietser komt van rechts, maar van een zandweg.

  1. De weg rechts is een zandweg.
  2. Rechts gaat voor geldt hier niet.
  3. Wie van de zandweg komt, wacht.
  4. Eerst A, dan B.

Een auto rijdt een uitrit uit en slaat rechtsaf, de fietser rijdt rechtdoor op de fietsstrook.

  1. De auto komt uit een uitrit en rijdt over de stoep en de fietsstrook.
  2. Wie uit een uitrit komt, laat iedereen voorgaan.
  3. De fietser gaat dus eerst.
  4. A wacht.

Let op

  • Je laat de tractor gaan omdat hij van rechts komt.

    Van een zandweg geef je voorrang, ook als je van rechts komt.

Tips

  • Zie je zand of grind in plaats van een verharde weg? Dan wacht jij.
  • Rijd je een uitrit of een erf uit, laat dan ook voetgangers en fietsers voorgaan.

Uitzonderingen

  • Een weg met klinkers is wel verhard: dan geldt gewoon rechts gaat voor.

Waarom het werkt

Een zandweg, een uitrit of een erf is geen gewone weg. Wie daarvandaan komt, rijdt een drukke weg op en moet alles laten voorgaan. Ook een voetganger op de stoep.