Soorten borden
Je leert aan de vorm en de kleur zien wat voor bord het is.
Zo weet je wie er voorgaat
- Rond met een rode rand: het mag niet.
- Rond en blauw: je moet.
- Een driehoek met een rode rand: pas op.
- Een ruit of omgekeerde driehoek gaat over voorrang, blauw vierkant is informatie.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Een rond bord met een rode rand en een fiets.
- Kijk eerst naar de vorm: rond.
- Kijk dan naar de rand en de kleur: rood met wit.
- Rond met een rode rand is een verbodsbord.
- De fiets zegt wie niet mag.
- Fietsen mag hier niet.
Nog meer voorbeelden
Een driehoek met de punt omhoog en kinderen erop.
- Een driehoek met een rode rand: een waarschuwingsbord.
- Pas op, hier spelen kinderen.
Een omgekeerde driehoek.
- De punt wijst omlaag: een voorrangsbord.
- Je laat iedereen voorgaan.
Een rond blauw bord met een fiets.
- Rond en blauw: een gebodsbord.
- De fiets zegt wie moet.
- Fietsers moeten hier op het fietspad.
Let op
Je verwart een rond blauw bord met een blauw vierkant.
Rond en blauw: je moet iets. Vierkant en blauw: het vertelt je alleen iets.
Tips
- Kijk eerst naar de vorm van het bord en daarna pas naar het plaatje.
- Een rode rand zegt: let op of dit mag niet.
Uitzonderingen
- Het stopbord is een achthoek, het enige bord met die vorm.
- Een oranje ruit is geen waarschuwing maar een voorrangsbord.
Waarom het werkt
Je ziet de vorm van een bord al van ver, lang voor je het plaatje kunt lezen. Een rode rand zegt: let op, dit mag niet of pas op. Blauw zegt: je moet, of hier is iets.