Welke maat past hierbij?
Je leert schatten welke maat past: mm, dm, m, km, g, kg, ml, dl of l.
Zo reken je het uit
- Denk aan iets waarvan je de maat kent: een pak melk is 1 liter.
- Vergelijk het ding daarmee: veel kleiner, ongeveer even groot, of veel groter.
- Kies de maat waarbij het getal ervoor klopt.
Een voorbeeld, uitgewerkt
De hoogte van een deur is ongeveer 2 …
- Denk aan een meter: die komt ongeveer tot je middel.
- Een deur is twee keer zo hoog.
- Het is 2 meter.
Nog meer voorbeelden
Het gewicht van een zak appels is ongeveer 2 …
- Denk aan een pak suiker: dat weegt een kilogram.
- Een zak appels weegt zoveel als twee pakken.
- Het is 2 kilogram.
De inhoud van een theelepel is ongeveer 5 …
- Denk aan een pak melk: dat is een liter, veel te veel.
- In een theelepel gaan maar een paar druppels.
- Het is 5 milliliter.
Zelf proberen
Welke maat hoort hier?
De van een is ongeveer 3 …
Welke maat hoort hier?
Het van een is ongeveer 2 …
Let op
Je kiest de maat die je het eerst bedenkt: een deur van 2 kilometer hoog.
Lees de zin hardop met jouw maat erin. Klinkt het gek, kies dan een kleinere of grotere maat.
Je haalt lengte, gewicht en inhoud door elkaar: een pak melk van 1 kilogram lang.
Kijk eerst wat je meet: hoe lang, hoe zwaar of hoeveel erin past. Kies dan een maat van die soort.
Tips
- Een millimeter is zo dik als een dubbeltje en een gram zo zwaar als een paperclip.
Waarom het werkt
Een maat is pas echt iets als je hem kunt zien of voelen. Een millimeter is zo dik als een dubbeltje, een meter komt tot je middel, een kilogram is een pak suiker en een liter een pak melk. Met zulke vaste voorbeelden kun je alles vergelijken.