Verkleinwoorden: -etje of -kje

Je leert verkleinwoorden als mannetje en koninkje: -etje met een dubbele letter, of -kje na -ing.

Zo schrijf je het

  1. Kijk of het woord eindigt op een korte klank plus l, m, n of r.
  2. Zet die laatste letter dubbel en plak er -etje achter.
  3. Eindigt het woord op een doffe -ing? Maak dan van de g een k en plak er -je achter.

Een voorbeeld, uitgewerkt

De hond rent achter het ___ aan. (verkleinwoord van bal)

  1. Kijk naar bal: een korte a en dan een l.
  2. Zet de l dubbel, zodat de a kort blijft.
  3. Plak er -etje achter: balletje.
Nog meer voorbeelden

Daar loopt een klein ___. (verkleinwoord van man)

  1. Kijk naar man: een korte a en dan een n.
  2. Zet de n dubbel en plak er -etje achter: mannetje.

Ze draagt een zilveren ___. (verkleinwoord van ketting)

  1. Ketting eindigt op een doffe -ing.
  2. Maak van de g een k en plak er -je achter: kettinkje.

Zelf proberen

  1. verkleinwoord van koningin

    In de bijenkorf kroop een pasgeboren jonge ___.

  2. verkleinwoord van lam

    In de lenteweide dartelde een pasgeboren wollig wit ___.

Let op

  • Je vergeet de letter dubbel te zetten, zoals baletje.

    Zonder dubbele l lees je baaletje, met een lange a. De dubbele letter houdt de klank kort.

Tips

  • Hoor je voor de l, m, n of r een korte klank? Dan wordt het -etje.
  • Een lange klank, zoals in raam, krijgt geen -etje maar -pje: raampje.

Waarom het werkt

Na een korte klank plus l, m, n of r zet je de laatste letter dubbel en komt er -etje achter: man wordt mannetje. Zo blijft de klank kort. Bij een doffe -ing wordt de g een k, omdat je daar een k hoort: koninkje.