Verkleinwoorden: -je, -tje of -pje

Je leert verkleinwoorden maken: kijk waar het woord op eindigt, en kies -je, -tje of -pje.

Zo schrijf je het

  1. Kijk waar het woord op eindigt.
  2. Op een lange klank plus m? Plak er dan -pje achter.
  3. Op een klinker, l, n of r? Plak er dan -tje achter.
  4. Op iets anders? Dan gewoon -je.

Een voorbeeld, uitgewerkt

In de pot groeit een klein ___. (verkleinwoord van boom)

  1. Zeg het woord: boom.
  2. Kijk waar boom op eindigt: een lange klank plus m.
  3. Na een lange klank plus m komt -pje.
  4. Je schrijft boompje.
Nog meer voorbeelden

Naast het bed staat een klein ___. (verkleinwoord van tafel)

  1. Kijk waar tafel op eindigt: op een l.
  2. Dan komt er -tje achter: tafeltje.

Ze wonen in een klein wit ___. (verkleinwoord van huis)

  1. Kijk waar huis op eindigt: op een s.
  2. Dat is iets anders, dus gewoon -je: huisje.

Zelf proberen

  1. verkleinwoord van stoel

    Voor de kleuter stond er een laag en passend ___.

  2. verkleinwoord van arm

    De pop had een stoffen linker___ dat kon buigen.

Let op

  • Je schrijft -tje na een lange klank plus m, zoals boomtje.

    Zeg het hardop: boompje. Je hoort de p echt, dus schrijf hem ook.

Tips

  • Zeg het verkleinwoord hardop. Je hoort vanzelf welk staartje past.
  • Eindigt het woord op een klinker, zoals auto? Dan altijd -tje: autootje.

Waarom het werkt

Het staartje van een verkleinwoord hangt af van de laatste klank van het woord. Na een lange klank plus m komt -pje, na een klinker, l, n of r komt -tje, en anders gewoon -je. Zo loopt het woord lekker in je mond.