Woorden op -eren, -elen of -enen
Je leert woorden op -eren, -elen en -enen: aan het eind staan twee doffe e’s.
Zo schrijf je het
- Zeg het woord langzaam in stukjes: wan-de-len.
- Luister naar het eind: je hoort er twee doffe klanken.
- Schrijf ze allebei als een e: één vóór de r, l of n, en één erachter.
Een voorbeeld, uitgewerkt
We gaan zondag ___ in het bos. (hak het in stukjes)
- Hak het in stukjes: wan-de-len.
- Je hoort twee doffe klanken aan het eind.
- Een doffe klank schrijf je met een e.
- Schrijf allebei een e: wandelen.
Nog meer voorbeelden
In de klas zitten dertig ___. (hak het in stukjes)
- Hak het in stukjes: kin-de-ren.
- Je hoort twee doffe klanken aan het eind.
- Schrijf allebei een e: kinderen.
In de klas moet je goed ___. (hak het in stukjes)
- Hak het in stukjes: lui-ste-ren.
- Je hoort twee doffe klanken aan het eind.
- Schrijf allebei een e: luisteren.
Zelf proberen
eindigt op -eren
Door de begon het openstaande slaapkamerraam luid te ___.
eindigt op -elen
In de herfstwind hoorden we de eikenbladeren op de ___.
Let op
Je vergeet de eerste e, zoals wandlen.
Tel de stukjes bij het hakken. Elk stukje heeft een klinker, dus ook de-.
Tips
- Tel de stukjes bij het hakken: elk stukje heeft een klinker.
Waarom het werkt
In wandelen en luisteren hoor je de laatste klanken bijna niet. Toch staan er twee e’s: één vóór de r, l of n, en één erachter. Hak je het woord in stukjes, dan hoor je allebei de doffe klanken.