Woorden op -eren, -elen of -enen

Je leert woorden op -eren, -elen en -enen: aan het eind staan twee doffe e’s.

Zo schrijf je het

  1. Zeg het woord langzaam in stukjes: wan-de-len.
  2. Luister naar het eind: je hoort er twee doffe klanken.
  3. Schrijf ze allebei als een e: één vóór de r, l of n, en één erachter.

Een voorbeeld, uitgewerkt

We gaan zondag ___ in het bos. (hak het in stukjes)

  1. Hak het in stukjes: wan-de-len.
  2. Je hoort twee doffe klanken aan het eind.
  3. Een doffe klank schrijf je met een e.
  4. Schrijf allebei een e: wandelen.
Nog meer voorbeelden

In de klas zitten dertig ___. (hak het in stukjes)

  1. Hak het in stukjes: kin-de-ren.
  2. Je hoort twee doffe klanken aan het eind.
  3. Schrijf allebei een e: kinderen.

In de klas moet je goed ___. (hak het in stukjes)

  1. Hak het in stukjes: lui-ste-ren.
  2. Je hoort twee doffe klanken aan het eind.
  3. Schrijf allebei een e: luisteren.

Zelf proberen

  1. eindigt op -eren

    Door de begon het openstaande slaapkamerraam luid te ___.

  2. eindigt op -elen

    In de herfstwind hoorden we de eikenbladeren op de ___.

Let op

  • Je vergeet de eerste e, zoals wandlen.

    Tel de stukjes bij het hakken. Elk stukje heeft een klinker, dus ook de-.

Tips

  • Tel de stukjes bij het hakken: elk stukje heeft een klinker.

Waarom het werkt

In wandelen en luisteren hoor je de laatste klanken bijna niet. Toch staan er twee e’s: één vóór de r, l of n, en één erachter. Hak je het woord in stukjes, dan hoor je allebei de doffe klanken.