Samentrekking

Je leert samentrekking herkennen: het weglaten van gelijke woorden in een samengestelde zin.

Zo doe je de proef

  1. Bij een samentrekking laat je een woord in het tweede deel weg.
  2. Dat mag alleen als het woord precies hetzelfde betekent en doet.
  3. Een voegwoord zoals en of maar verbindt de twee zinsdelen.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wijs het voegwoord aan dat de zinnen samentrekt: Lisa zingt en danst op het podium.

  1. Kijk naar de handelingen: Lisa zingt en Lisa danst.
  2. Lisa is in het tweede deel weggelaten.
  3. Het verbindende voegwoord is en.
Nog meer voorbeelden

Wijs het voegwoord aan dat de zinnen samentrekt: De kok schilt de aardappels en kookt de soep.

  1. Het onderwerp de kok hoort bij beide werkwoorden.
  2. De kok is na en weggelaten.
  3. Het voegwoord is en.

Wijs het voegwoord aan dat de zinnen samentrekt: Wij zochten de sleutel maar vonden niets.

  1. Kijk naar de twee delen: Wij zochten en wij vonden niets.
  2. Het onderwerp wij is samengetrokken.
  3. Het voegwoord is maar.

Let op

  • Je trekt woorden samen die niet dezelfde grammaticale betekenis of vorm hebben.

    Samentrekken mag alleen als het woord in beide zinsdelen precies dezelfde functie en betekenis heeft.

Tips

  • Controleer een samentrekking door het weggelaten woord in gedachten terug te zetten: klopt de zin dan nog helemaal?

Waarom het werkt

Als twee zinnen met een voegwoord verbonden zijn en hetzelfde onderwerp hebben, hoef je dat woord niet twee keer te noemen. Dit voorkomt herhaling en maakt zinnen vlotter.