Het woonerf

Je leert hoe je je gedraagt in een woonerf.

Zo weet je wie er voorgaat

  1. In een woonerf mogen kinderen overal spelen.
  2. Auto's rijden stapvoets.
  3. In het erf gaat rechts voor.
  4. Wie het erf uit rijdt, laat iedereen voorgaan.

Een voorbeeld, uitgewerkt

In het erf komen een fietser en een auto bij een kruising.

  1. Het blauwe bord met het huisje zegt: dit is een woonerf.
  2. Rijd stapvoets en let op spelende kinderen.
  3. Er zijn geen andere borden, dus rechts gaat voor.
  4. Voor A komt B van rechts.
  5. Eerst B, dan A.
Nog meer voorbeelden

In het erf: een auto en een fietser op een kruising.

  1. Er zijn geen borden in het erf.
  2. Rechts gaat voor.
  3. Eerst B.

Een auto rijdt het erf uit.

  1. Wie het erf uit rijdt, komt van een erf.
  2. Hij laat iedereen voorgaan, ook de voetganger.

Let op

  • Je denkt dat je in een woonerf niet hoeft op te letten.

    Kinderen kunnen overal vandaan komen. Kijk goed en rijd langzaam.

Tips

  • Rijd stapvoets en reken erop dat een kind ineens oversteekt.
  • Kinderen mogen op het erf overal spelen, maar kijk toch ook zelf uit.

Uitzonderingen

  • Komt een bestuurder het erf uit, dan geldt rechts gaat voor niet: hij laat iedereen voorgaan.

Waarom het werkt

Een woonerf is een straat om te wonen en te spelen. Er is geen stoep: kinderen mogen overal zijn. Auto's rijden stapvoets, en wie het erf uit rijdt, laat iedereen voorgaan.