De bus bij de halte
Je leert dat je binnen de bebouwde kom een bus laat wegrijden bij de halte.
Zo weet je wie er voorgaat
- Binnen de bebouwde kom laat je een bus voorgaan die bij de halte wegrijdt.
- Hij geeft richting aan.
- Buiten de bebouwde kom wacht de bus zelf.
Een voorbeeld, uitgewerkt
De bus rijdt weg bij de halte, in de stad.
- Kijk waar de bus staat: bij de halte, en hij geeft richting aan.
- Je bent binnen de bebouwde kom.
- Binnen de bebouwde kom laat je een bus voorgaan die bij de halte wegrijdt.
- De fietser wacht.
- Eerst A, dan B.
Nog meer voorbeelden
Dezelfde bus, maar buiten de bebouwde kom.
- Buiten de bebouwde kom rijdt het verkeer harder.
- Daar wacht de bus zelf tot de weg vrij is.
- De auto gaat eerst.
- Eerst B, dan A.
Je fietst langs een bushalte in de stad en de bus zet zijn knipperlicht links aan.
- Het knipperlicht zegt dat de bus wil wegrijden.
- Stop en laat de bus voorgaan.
- Fiets pas verder als hij voorbij is.
Let op
Je rijdt de bus voorbij als hij richting aangeeft.
Binnen de bebouwde kom stop je en laat je hem gaan.
Tips
- Een bus die richting aangeeft, wil wegrijden: kijk naar zijn knipperlicht.
Uitzonderingen
- Buiten de bebouwde kom geldt dit niet: dan wacht de bus zelf.
Waarom het werkt
Een bus met passagiers moet op tijd weer weg kunnen. Binnen de bebouwde kom laat je hem daarom voorgaan als hij richting aangeeft. Buiten de bebouwde kom rijdt het verkeer harder, en daar wacht de bus zelf.