Het zebrapad

Je leert dat een voetganger op het zebrapad voorgaat.

Zo weet je wie er voorgaat

  1. Staat er iemand bij het zebrapad die wil oversteken? Stop en laat hem gaan.
  2. Als voetganger kijk je wel eerst of de auto echt stopt.

Een voorbeeld, uitgewerkt

De auto slaat rechtsaf, er staat iemand bij het zebrapad.

  1. Kijk naar de strepen op de weg: aan de rechterkant ligt een zebrapad.
  2. B staat bij het zebrapad om over te steken.
  3. A slaat rechtsaf en moet over dat zebrapad.
  4. Op een zebrapad gaat de voetganger voor.
  5. Eerst B, dan A.
Nog meer voorbeelden

De auto rijdt rechtdoor over het zebrapad.

  1. Ook wie rechtdoor rijdt, stopt voor het zebrapad.
  2. Eerst de voetganger.

Een voetganger wil oversteken, een fietser slaat linksaf en een auto rijdt rechtdoor.

  1. Het zebrapad ligt aan de linkerkant.
  2. B wil oversteken.
  3. A en C moeten over het zebrapad en laten B voorgaan.
  4. C wacht ook nog op A, want A komt van rechts.
  5. Eerst B, dan A, dan C.

Let op

  • Je steekt meteen over omdat je voorrang hebt.

    Kijk eerst of de auto echt stopt. Maak oogcontact met de bestuurder.

Tips

  • Rij als bestuurder rustig naar een zebrapad toe, zodat je kunt stoppen.
  • Stap als voetganger pas het zebrapad op als de auto stilstaat.

Uitzonderingen

  • Staat er een verkeerslicht bij het zebrapad, dan beslist het licht.

Waarom het werkt

Een zebrapad is een plek om veilig over te steken. Wie wil oversteken, gaat voor. Een bestuurder stopt ervoor.