Bedragen optellen

Je leert twee bedragen optellen: eerst de hele euro’s, dan de centen.

Zo reken je het uit

  1. Tel eerst de hele euro’s bij elkaar.
  2. Tel daarna de centen bij elkaar.
  3. Zijn het 100 cent of meer, maak daar dan een euro van.
  4. Zet de euro’s en de centen samen.
€2€220CENT5CENT€ 4,25

Een voorbeeld, uitgewerkt

€ 2,20 + € 1,30

  1. Tel de euro’s: 2 + 1 = 3.
  2. Tel de centen: 20 + 30 = 50 cent.
  3. Zet het samen: € 3,50.
€2€150CENT€ 3,50
Nog meer voorbeelden

€ 2,50 + € 1,75

  1. Tel de euro’s: 2 + 1 = 3.
  2. Tel de centen: 50 + 75 = 125 cent.
  3. Maak van 100 cent een euro: 125 cent is € 1,25.
  4. Zet het samen: € 3 + € 1,25 = € 4,25.

€ 12,50 + € 7,50

  1. Tel de euro’s: 12 + 7 = 19.
  2. Tel de centen: 50 + 50 = 100 cent, en dat is € 1.
  3. Zet het samen: € 19 + € 1 = € 20.
€20€ 20,00

Let op

  • Je schrijft 125 cent achter de komma: € 3,125.

    Achter de komma passen maar twee cijfers. Zijn het 100 cent of meer, maak er dan eerst een euro van.

  • Je vergeet de euro die je van 100 cent maakte: € 2,50 + € 1,75 wordt € 3,25.

    Kijk na het wisselen of je die ene euro ook echt bij de euro’s telt.

Tips

  • Honderd cent is één euro: wissel dat in voordat je de komma zet.

Waarom het werkt

Euro’s en centen zijn twee soorten, net als tientallen en eenheden. Als je ze apart telt, raak je niet in de war. Honderd cent is precies één euro, dus die kun je inwisselen.