Prijs keer aantal
Je leert een prijs keer een aantal doen: eerst de euro’s, dan de centen.
Zo reken je het uit
- Doe eerst de hele euro’s keer het aantal.
- Doe daarna de centen keer het aantal.
- Maak van elke 100 cent een euro.
- Tel de euro’s en de centen samen.
€ 6,30
Een voorbeeld, uitgewerkt
3 × € 2,10
- Doe de euro’s: 3 × 2 = 6 euro.
- Doe de centen: 3 × 10 = 30 cent.
- Tel het samen: € 6,30.
Nog meer voorbeelden
4 × € 1,25
- Doe de euro’s: 4 × 1 = 4 euro.
- Doe de centen: 4 × 25 = 100 cent, en dat is € 1.
- Tel het samen: € 4 + € 1 = € 5.
€ 5,00
3 × € 1,45
- Doe de euro’s: 3 × 1 = 3 euro.
- Doe de centen: 3 × 45 = 135 cent.
- Maak er euro’s van: 135 cent is € 1,35.
- Tel het samen: € 3 + € 1,35 = € 4,35.
€ 4,35
Let op
Je doet alleen de euro’s keer: 3 × € 2,10 wordt € 6,10.
Doe allebei de stukken keer het aantal: de euro’s én de centen.
Je laat 135 cent achter de komma staan: € 3,135.
Zijn het 100 cent of meer, maak daar dan eerst een euro van.
Tips
- Bij 4 × € 1,25 geeft 4 × 25 cent precies één euro.
Waarom het werkt
Een bedrag als € 2,10 is 2 euro en 10 cent. Die twee stukken kun je apart keer doen, en dat zijn makkelijke sommen. Daarna leg je ze weer bij elkaar.