Teruggeven van 5 en 10

Je leert uitrekenen hoeveel geld je terugkrijgt, door vanaf de prijs door te tellen.

Zo reken je het uit

  1. Begin bij de prijs.
  2. Tel door tot de volgende hele euro.
  3. Tel daarna door tot het bedrag dat je gaf.
  4. Tel de stukken bij elkaar: dat krijg je terug.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Het kost € 3,20. Je betaalt met € 5.

  1. Begin bij € 3,20.
  2. Tel door tot € 4: dat is € 0,80.
  3. Tel door van € 4 tot € 5: dat is € 1.
  4. Tel de stukken bij elkaar: € 0,80 + € 1 = € 1,80.
Nog meer voorbeelden

Het kost € 6,40. Je betaalt met € 10.

  1. Begin bij € 6,40.
  2. Tel door tot € 7: dat is € 0,60.
  3. Tel door van € 7 tot € 10: dat is € 3.
  4. Tel de stukken bij elkaar: € 0,60 + € 3 = € 3,60.

Het kost € 37,50. Je betaalt met € 50.

  1. Begin bij € 37,50.
  2. Tel door tot € 38: dat is € 0,50.
  3. Tel door van € 38 tot € 50: dat is € 12.
  4. Tel de stukken bij elkaar: € 0,50 + € 12 = € 12,50.

Let op

  • Je telt door tot de hele euro, en vergeet de rest: bij € 6,40 van € 10 krijg je dan maar € 0,60 terug.

    Tel door tot je bij het bedrag bent dat je gaf. Tel daarna alle stukken bij elkaar.

  • Je telt de centen verkeerd door: van € 6,40 naar € 7 wordt € 0,40.

    Tel in stapjes van 10 cent: 50, 60, 70, 80, 90, 100. Dat zijn 6 stapjes, dus 60 cent.

Tips

  • Lukt het niet in één keer, tel dan door in stapjes van 10 cent.

Waarom het werkt

Doortellen is makkelijker dan aftrekken met centen. Via de hele euro maak je twee kleine, ronde stappen. Zo doet een verkoper het ook als hij geld teruggeeft.