Tijdmaten omrekenen
Je leert tijdmaten omrekenen, ook met een komma, zoals 2,5 uur naar minuten.
Zo reken je het uit
- Zoek de stap tussen de twee maten: een dag is 24 uur, een uur is 60 minuten.
- Ga je naar een kleinere maat, doe dan keer die stap.
- Ga je naar een grotere maat, deel dan door die stap.
- Heeft de tijd een komma, reken dan het hele deel en het deel achter de komma apart.
dag× 24uur× 60minuut× 60seconde
Een voorbeeld, uitgewerkt
3 dagen = ? uur
- Zoek de stap: 1 dag is 24 uur.
- Doe keer 3: 3 × 24 = 72.
- Het is 72 uur.
Nog meer voorbeelden
5 minuten = ? seconden
- Zoek de stap: 1 minuut is 60 seconden.
- Doe keer 5: 5 × 60 = 300.
- Het is 300 seconden.
1,5 uur = ? minuten
- Doe 1 uur keer 60: 1 × 60 = 60 minuten.
- Doe 0,5 uur keer 60: 0,5 × 60 = 30 minuten.
- Tel ze op: 60 + 30 = 90.
- Het is 90 minuten.
150 minuten = ? uur
- Haal er hele uren uit: 120 minuten is 2 uur.
- Er blijft 150 − 120 = 30 minuten over.
- Deel die door 60: 30 : 60 = 0,5 uur.
- Het is 2,5 uur.
Zelf proberen
3 = ? uur
1 week = ?
Let op
Je rekent met 100 zoals bij meters: 2 uur wordt 200 minuten.
Een uur is 60 minuten. Kijk welke stap bij welke maat hoort.
Je leest 1,5 uur als 1 uur en 50 minuten, en 90 minuten schrijf je als 1,30 uur.
0,5 uur is een half uur: 30 minuten. Reken achter de komma altijd keer 60.
Tips
- Een jaar is 12 maanden, 52 weken of 365 dagen.
- Een half uur is 30 minuten en schrijf je als 0,5 uur.
Uitzonderingen
- Een schrikkeljaar heeft 366 dagen.
Waarom het werkt
Bij lengte is elke stap tien keer, maar bij tijd niet. Een eeuw is 100 jaar, een jaar 12 maanden, een week 7 dagen, een dag 24 uur, en een uur en een minuut allebei 60. Daarom is een uur 60 minuten en niet 100: 0,5 uur is de helft van 60, dus 30 minuten.