Klok: op de minuut

Je leert elke tijd lezen op een klok met wijzers, op de minuut.

Zo reken je het uit

  1. Kijk eerst welk uur de korte wijzer net voorbij is.
  2. Tel naar de lange wijzer in stapjes van 5: elk getal is 5 minuten.
  3. Staat hij tussen twee getallen, tel dan de losse streepjes erbij.
overvoor halfover halfvoor121234567891011

Een voorbeeld, uitgewerkt

Hoe laat is het?

  1. Kijk welk uur de korte wijzer net voorbij is: de 4.
  2. De lange wijzer staat op de 4: 4 × 5 = 20 minuten.
  3. Het is 4:20, 20 over vier.
overvoor halfover halfvoor121234567891011
Nog meer voorbeelden

Hoe laat is het?

  1. Kijk welk uur de korte wijzer net voorbij is: de 3.
  2. Tel naar de lange wijzer: 5, 10, 15, 20, en dan nog 2 streepjes.
  3. Het is 3:22.

Hoe laat is het?

  1. Kijk welk uur de korte wijzer voorbij is: de 3, al bijna bij de 4.
  2. De lange wijzer staat op de 10: 10 × 5 = 50 minuten.
  3. Het is 3:50, 10 voor vier.
overvoor halfover halfvoor121234567891011

Let op

  • Je leest het getal bij de lange wijzer als minuten: op de 4 zeg je 4 minuten.

    Elk getal is 5 minuten. Doe het getal keer 5: 4 × 5 = 20.

  • Je neemt het volgende uur te vroeg: 3:50 wordt 4:50.

    Kijk welk getal de korte wijzer al voorbij is. Bij 3:50 is dat de 3, ook al is hij bijna bij de 4.

Tips

  • Tel de getallen in stapjes van 5 en de losse streepjes erbij.

Waarom het werkt

Tussen twee getallen op de klok zitten 5 minuten. Daarom tel je bij de lange wijzer in stapjes van 5. Staat hij tussen twee getallen, dan tel je de losse streepjes erbij.