Au of ou?
Je leert woorden met au en ou schrijven: onthoud het plaatje, en gebruik het haakje van -oud.
Zo schrijf je het
- Onthoud: au en ou klinken hetzelfde, en er is bijna nooit een regel.
- Kijk goed naar het woord en onthoud hoe het eruitziet.
- Gebruik één haakje: hoor je -oud, zoals in koud en goud? Dan is het ou.
Au of ou: onthoud het plaatje
Hier is geen regel voor: dit woord leer je uit je hoofd.
blauw met au · koud met ouEen voorbeeld, uitgewerkt
Buiten is het ___. (au of ou?)
- Zeg het woord en luister naar het eind: je hoort -oud.
- Denk aan goud: een woord op -oud heeft bijna altijd ou.
- Je schrijft koud.
Nog meer voorbeelden
De lucht is ___. (au of ou?)
- Luister: er is geen -oud.
- Denk aan hoe het woord eruitziet, net als pauw.
- Je schrijft blauw.
Mijn opa is heel ___. (au of ou?)
- Luister: je hoort -oud.
- Dan is het ou, net als goud.
- Je schrijft oud.
Zelf proberen
au of ou?
Het monumentale kasteeltje is al dan vijfhonderd jaar ___ en .
au of ou?
Onderweg trokken we een warme kroket uit de vakjes van de ___.
Let op
Je schrijft au in een woord met -oud, zoals kaud.
Hoor je -oud? Denk aan goud: dat is bijna altijd ou.
Tips
- Maak een rijtje van woorden op -oud: koud, goud, oud, woud.
- Twijfel je bij een ander woord? Schrijf het met au en met ou en kijk wat bekend lijkt.
Waarom het werkt
Au en ou klinken hetzelfde, en meestal is er geen regel. Eén haakje helpt wel: hoor je -oud, zoals in koud en goud, dan is het bijna altijd ou. Voor de rest onthoud je het plaatje.