Klankgelijke weetwoorden (homofonen)

Je leert klankgelijke woorden (homofonen) spellen door goed op de betekenis te letten.

Zo schrijf je het

  1. Woorden klinken soms gelijk maar betekenen iets anders.
  2. Denk aan pijl en peil, of steil en stijl.
  3. Vraag je altijd af: wat betekent het woord hier?

Een voorbeeld, uitgewerkt

Robin Hood legde een scherpe ___ op zijn boog en mikte op het doel. (pijl of peil)

  1. Het woord klinkt als pijl.
  2. De zin gaat over een boog om mee te schieten.
  3. Dat schrijf je met een lange ij: p-i-j-l.
  4. Je schrijft pijl.
Nog meer voorbeelden

Na de aanhoudende droogte zakte het water___ in de rivier gevaarlijk laag. (peil of pijl)

  1. Het gaat hier om de hoogte van het water (waterpeil).
  2. Dat schrijf je met een korte ei.
  3. Je schrijft peil.

De wandelaars klommen hijgend tegen de ___ berghelling op. (steil of stijl)

  1. Het gaat om een helling die schuin omhoog loopt.
  2. Dat schrijf je met een korte ei.
  3. Je schrijft steil.

Zelf proberen

  1. bereiden of berijden? korte ei of lange ij

    Op de leerden de jonge ruiters hoe ze op een zachtaardige manier het nobele konden zadelen en konden ___.

  2. zei of zij? korte ei of lange ij

    Toen de meester vroeg wie het wist stak het kind zijn op en ___ hij kalm de juiste .

Let op

  • Je kiest een spelling zonder naar de betekenis in de zin te kijken.

    Lees altijd de hele zin: de context verklapt welke betekenis en spelling je nodig hebt.

Tips

  • Onthoud ezelsbruggetjes: een pijl met lange ij schiet je ver weg, waterpeil met korte ei meet het water.

Waarom het werkt

Sommige woorden klinken precies hetzelfde, maar je schrijft ze anders omdat de betekenis verschilt. Denk aan pijl en peil, of steil en stijl. Door goed naar de hele zin te kijken weet je welke betekenis bedoeld wordt en welke spelling erbij hoort.