G of ch?

Je leert kiezen tussen g en ch: ze klinken hetzelfde, dus je onthoudt het plaatje of zoekt de familie.

Zo schrijf je het

  1. Onthoud: de g van vlaggen en de ch van lachen klinken precies hetzelfde.
  2. Kijk goed naar het woord en onthoud hoe het eruitziet.
  3. Twijfel je? Denk aan een woord uit dezelfde familie: vlaggen komt van vlag.
G of ch: onthoud het plaatje

Hier is geen regel voor: dit woord leer je uit je hoofd.

lachen met ch · vlaggen met g

Een voorbeeld, uitgewerkt

Voor het stadhuis hangen twee ___. (g of ch?)

  1. Zoek een woord uit dezelfde familie: vlag.
  2. Kijk naar de letter in vlag: dat is een g.
  3. Die letter hoort ook in het langere woord.
  4. Je schrijft vlaggen.
Nog meer voorbeelden

We moesten er hard om ___. (g of ch?)

  1. Zoek de familie: lach, gelach.
  2. Die hebben allemaal ch.
  3. Je schrijft lachen.

Een week heeft zeven ___. (g of ch?)

  1. Zoek de familie: dag, vandaag.
  2. Die hebben allemaal een g.
  3. Je schrijft dagen.

Zelf proberen

  1. g of ch?

    In een mag iedere burger zonder vrees zijn eigen en persoonlijke overtuiging openhartig ___.

  2. g of ch?

    Gezonde , voldoende en dagelijkse houden het ___ energiek en .

Let op

  • Je schrijft g in een woord dat met ch hoort, zoals lagen in plaats van lachen.

    Zeg een woord uit dezelfde familie: de lach. Die ch houdt het woord altijd.

Tips

  • Zoek eerst een woord uit dezelfde familie. Als dat niet helpt, onthoud je het plaatje.

Waarom het werkt

De g van vlaggen en de ch van lachen klinken precies hetzelfde. Soms helpt de familie van het woord: vlaggen komt van vlag, en vlag heeft een g. Anders onthoud je gewoon hoe het woord eruitziet.