G of ch?
Je leert kiezen tussen g en ch: ze klinken hetzelfde, dus je onthoudt het plaatje of zoekt de familie.
Zo schrijf je het
- Onthoud: de g van vlaggen en de ch van lachen klinken precies hetzelfde.
- Kijk goed naar het woord en onthoud hoe het eruitziet.
- Twijfel je? Denk aan een woord uit dezelfde familie: vlaggen komt van vlag.
G of ch: onthoud het plaatje
Hier is geen regel voor: dit woord leer je uit je hoofd.
lachen met ch · vlaggen met gEen voorbeeld, uitgewerkt
Voor het stadhuis hangen twee ___. (g of ch?)
- Zoek een woord uit dezelfde familie: vlag.
- Kijk naar de letter in vlag: dat is een g.
- Die letter hoort ook in het langere woord.
- Je schrijft vlaggen.
Nog meer voorbeelden
We moesten er hard om ___. (g of ch?)
- Zoek de familie: lach, gelach.
- Die hebben allemaal ch.
- Je schrijft lachen.
Een week heeft zeven ___. (g of ch?)
- Zoek de familie: dag, vandaag.
- Die hebben allemaal een g.
- Je schrijft dagen.
Zelf proberen
g of ch?
In een mag iedere burger zonder vrees zijn eigen en persoonlijke overtuiging openhartig ___.
g of ch?
Gezonde , voldoende en dagelijkse houden het ___ energiek en .
Let op
Je schrijft g in een woord dat met ch hoort, zoals lagen in plaats van lachen.
Zeg een woord uit dezelfde familie: de lach. Die ch houdt het woord altijd.
Tips
- Zoek eerst een woord uit dezelfde familie. Als dat niet helpt, onthoud je het plaatje.
Waarom het werkt
De g van vlaggen en de ch van lachen klinken precies hetzelfde. Soms helpt de familie van het woord: vlaggen komt van vlag, en vlag heeft een g. Anders onthoud je gewoon hoe het woord eruitziet.