Woorden met th

Je leert weetwoorden met de letters th herkennen en foutloos onthouden.

Zo schrijf je het

  1. Je hoort een gewone t, maar schrijft th.
  2. Dit zijn weetwoorden zoals thee, thema en thuis.
  3. Onthoud het woordbeeld.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Na een lange schooldag fietste hij snel naar ___. (thuis)

  1. Luister naar het woord: thuis.
  2. Je hoort een t aan het begin.
  3. Het is een weetwoord met th.
  4. Je schrijft thuis met t-h vooraan.
Nog meer voorbeelden

Bij het ontbijt dronk oma een kopje warme ___. (thee)

  1. Je hoort tee, maar het is een weetwoord met th.
  2. Je schrijft thee.

Het centrale ___ van het project was duurzaamheid. (thema)

  1. Thema komt uit het Grieks en begint met th.
  2. Je schrijft thema.

Zelf proberen

  1. weetwoord met th

    Het richtte een zaal in rondom één in een overzichtelijke en ___ geordende .

  2. weetwoord met th

    De meester was altijd behulpzaam en goedgemutst, waardoor hem aardig en ___ vond.

Let op

  • Je schrijft tuis of tee met een gewone t.

    Onthoud de vaste groep weetwoorden met th: thee, thuis, thema, theater en theorie.

Tips

  • Woorden die met warmte te maken hebben, zoals thermometer en thermoskan, schrijf je altijd met th.

Waarom het werkt

In sommige woorden hoor je een gewone t, maar schrijf je th. Dit zijn weetwoorden van Griekse oorsprong of oude Nederlandse woorden. Omdat je het verschil niet kunt horen, moet je het woordbeeld goed onthouden.