Samenstellingen met tussen-n

Je leert wanneer er een tussen-n in een samenstelling komt, zoals in pannenkoek.

Zo schrijf je het

  1. Zet het eerste woord in het meervoud: pan wordt pannen.
  2. Eindigt het meervoud op -en? Schrijf dan de tussen-n: pannenkoek.
  3. Eindigt het op -s? Dan schrijf je geen tussen-n.
Tussenletters in samenstellingen
Eerste woord+ e / en / s +Tweede woord

hond + en + hok = hondenhok · dorp + s + plein = dorpsplein

Een voorbeeld, uitgewerkt

Vanavond eten we ___ met stroop. (pan + koek)

  1. Zet het eerste woord in het meervoud: pan wordt pannen.
  2. Dat eindigt op -en, dus komt er een n tussen de woorden.
  3. Schrijf alles aan elkaar: pannenkoek.
Nog meer voorbeelden

In de dierentuin liepen we langs de ___. (aap + kooi)

  1. Zet aap in het meervoud: apen.
  2. Dat eindigt op -en.
  3. Schrijf de n ertussen: apenkooi.

Zij koopt bloemen in de ___. (bloem + winkel)

  1. Zet bloem in het meervoud: bloemen.
  2. Dat eindigt op -en.
  3. Schrijf de n ertussen: bloemenwinkel.

Zelf proberen

  1. samenstelling: bes + jam

    Op zijn verse beschuitje smeerde een dikke laag zelfgemaakte zoete ___.

  2. samenstelling: ei + doos

    Moeder zette in de supermarkt een ___ met tien biologische in haar .

Let op

  • Je laat de n weg omdat je hem niet hoort, zoals pannekoek.

    Vertrouw niet op je oor. Zet het eerste woord in het meervoud en kijk of het op -en eindigt.

Tips

  • Kun je er meer dan één van hebben? Dan kijk je naar het meervoud.

Uitzonderingen

  • Een boekhandel schrijf je zonder n, ook al is het meervoud boeken. Zulke woorden leer je los.

Waarom het werkt

Een tussen-n hoor je bijna nooit. De regel kijkt daarom naar het eerste woord: zet het in het meervoud. Eindigt dat meervoud op -en, dan schrijf je de n. Zo is het elke keer hetzelfde.