Samenstellingen en koppeltekens

Je leert samengestelde woorden aaneenschrijven en een koppelteken gebruiken bij klinkerbotsing.

Zo schrijf je het

  1. Schrijf samengestelde woorden aan elkaar: zak + lamp = zaklamp.
  2. Botst een klinker? Gebruik dan een koppelteken (-).

Een voorbeeld, uitgewerkt

Door de dichte mist ontstond er een ernstig ___. (auto-ongeluk)

  1. De twee delen zijn auto en ongeluk.
  2. De o van auto en de o van ongeluk botsen: oo klinkt als één klank.
  3. Zet daarom een streepje tussen de delen.
  4. Je schrijft auto-ongeluk.
Nog meer voorbeelden

De kinderen renden enthousiast het grote groene ___ op. (voetbalveld)

  1. De woorden zijn voetbal en veld.
  2. De klinkers botsen niet.
  3. Plak ze aan elkaar: voetbalveld.

In de achtertuin bloeide een prachtige gele ___ naar de zon. (zonnebloem)

  1. Het is een samenstelling van zon en bloem met een tussen-e.
  2. Je schrijft zonnebloem.

Zelf proberen

  1. samenstelling: achter + tuin

    In de luwte van het tuinhuisje kweekte sappige rode in zijn beschutte ___.

  2. samenstelling: tand + pasta

    Voor het poetsen van zijn tanden deed de een witte ___ op de borstel.

Let op

  • Je schrijft samengestelde woorden los van elkaar, zoals voetbal veld.

    Nederlandse samenstellingen schrijf je altijd als één woord aan elkaar vast.

Tips

  • Kijk of klinkers zoals a-a, e-e, o-o of o-u botsen: zet dan een koppelteken.

Waarom het werkt

In het Nederlands schrijf je samengestelde woorden als één enkel woord aan elkaar. Alleen wanneer twee klinkers botsen en verkeerd gelezen kunnen worden, zet je een koppelteken ertussen. Zo blijft de uitspraak altijd duidelijk.