Aai, ooi of oei?
Je leert woorden met aai, ooi en oei schrijven: luister welke klank er voor de i komt.
Zo schrijf je het
- Zeg het woord langzaam.
- Hoor je aa, oo of oe? Schrijf die twee letters op.
- Zet er altijd een i achter.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Het is een vis met scherpe tanden: een ___. (aa, oo of oe?)
- Zeg het woord langzaam: h-aa-i.
- Je hoort eerst een lange klank, en dan een i.
- De lange klank is aa, dus schrijf je twee a’s.
- Zet er een i achter: haai.
Nog meer voorbeelden
We trekken samen aan de riemen: we gaan ___. (aa, oo of oe?)
- Zeg het woord langzaam.
- Je hoort oe.
- Schrijf oe, en zet er een i achter: roeien.
Wat een ___ jurk! (aa, oo of oe?)
- Zeg het woord langzaam.
- Je hoort oo.
- Schrijf oo, en zet er een i achter: mooi.
Zelf proberen
aai, ooi of oei?
De meester riep luid ___ toen de kwajongens uithaalden.
aai, ooi of oei?
Het vlees van de stoofpot was koken niet ___.
Let op
Je schrijft maar één letter voor de lange klank, zoals hai in plaats van haai.
Voor de i staat altijd een klank van twee letters: aa, oo of oe.
Tips
- Schrijf eerst de lange klank en zet daarna pas de i erachter.
Waarom het werkt
In haai, mooi en groei hoor je eerst een lange klank en dan een i. Die lange klank schrijf je met twee letters, en daar komt de i gewoon achter. Zo heb je altijd drie letters.