a en ; — je pinken

Je leert de a en de puntkomma: je pinken doen de buitenste toetsen van de thuisrij.

Zo vind je de toets

  1. Leg je pinken op de buitenste toetsen: links op de a, rechts op de puntkomma.
  2. Tik ze aan zonder je hand te verschuiven.
  3. Voel dat je hele hand nu op de thuisrij ligt.
1234567890
qwertyuiop
asdfghjkl;'
zxcvbnm,./
shiftshift

Een voorbeeld, uitgewerkt

aaa ;;;

  1. Leg je wijsvingers op de bultjes, je middelvingers op de d en de k en je ringvingers op de s en de l.
  2. Leg je linkerpink op de a en je rechterpink op de puntkomma.
  3. Tik drie keer de a met je linkerpink.
  4. Druk met je duim op de spatie.
  5. Tik drie keer de puntkomma met je rechterpink.
  6. Nu liggen al je acht vingers op de thuisrij en typ je aaa ;;; zonder te kijken.
Nog meer voorbeelden

als sla

  1. Tik de a met je linkerpink en de l met je rechterringvinger.
  2. Tik de s met je linkerringvinger.
  3. Druk op de spatie en typ sla op dezelfde manier.

a;a ;a;

  1. Tik de a met je linkerpink, dan de puntkomma met je rechterpink, dan weer de a.
  2. Druk op de spatie.
  3. Tik puntkomma, a, puntkomma.

Let op

  • Je tikt de a met je ringvinger, omdat je pink zo klein is.

    Geef je pink de tijd. Tik langzaam en precies: na een week is hij net zo snel als de rest.

Tips

  • Een pink is zwak. Oefen daarom korter en vaker: vijf minuten per dag werkt beter dan een uur in één keer.

Waarom het werkt

Met de pinken erbij ligt je hele hand op de thuisrij. De pink is je kleinste vinger en hij zit het verst weg, dus hij vraagt het meeste oefenen. Als hij zijn eigen toets heeft, hoeft je hand nooit te schuiven.