s en l — je ringvingers
Je leert de s en de l: je ringvingers liggen nog een toets verder naar buiten.
Zo vind je de toets
- Leg je ringvingers nog een toets verder naar buiten: links op de s, rechts op de l.
- Laat je andere vingers liggen.
- Tik de s en de l aan met je ringvingers.
D1.000
—
H100
5
T10
3
E1
4
500 + 30 + 4=534
Een voorbeeld, uitgewerkt
sss lll
- Leg je vingers op de thuisrij: de wijsvingers op de bultjes en de middelvingers op de d en de k.
- Leg je linkerringvinger op de s en je rechterringvinger op de l.
- Tik de s met je linkerringvinger, drie keer.
- Druk met je duim op de spatie.
- Tik de l met je rechterringvinger, drie keer.
- Zo typ je sss lll terwijl de rest van je vingers blijft liggen.
Nog meer voorbeelden
sdf lkj
- Tik links van buiten naar binnen: s, d, f.
- Druk op de spatie.
- Tik rechts van buiten naar binnen: l, k, j.
lsl sls
- Tik de l met je rechterringvinger, dan de s met je linkerringvinger, dan weer de l.
- Druk op de spatie.
- Tik s, l, s op dezelfde manier.
Let op
Je hele hand schuift mee als je ringvinger tikt.
Laat je hand stil liggen en beweeg alleen die ene vinger. Voel na elke toets of je wijsvingers nog op de bultjes liggen.
Tips
- Ringvingers zijn wat trager dan de rest. Dat is normaal, en het went snel.
- Tik rustig en precies, dan komt de snelheid vanzelf.
Waarom het werkt
Je ringvingers zijn minder sterk en minder handig dan je wijsvingers. Daarom oefen je ze apart. Ze liggen gewoon naast je middelvingers, dus ook hier hoef je niets te zoeken.