Zwaailicht en sirene
Je leert dat een voertuig met zwaailicht en sirene altijd voorgaat.
Zo weet je wie er voorgaat
- Hoor je een sirene of zie je blauwe zwaailichten? Maak ruimte en laat hem voorgaan.
- Dat geldt ook als jij groen hebt.
Een voorbeeld, uitgewerkt
De politie heeft zwaailicht aan en slaat linksaf, de fietser komt van rechts, de auto komt van onder.
- Kijk eerst of er een voertuig met zwaailicht is: de politieauto B heeft zwaailicht en sirene aan.
- Iedereen maakt ruimte, dus B gaat eerst.
- Daarna gelden de gewone regels: voor C komt A van rechts, dus C wacht op A.
- Eerst B, dan A, dan C.
Nog meer voorbeelden
De ambulance heeft zwaailicht aan en komt van links.
- Zwaailicht en sirene: maak ruimte.
- De ambulance gaat eerst.
- Daarna A.
A heeft groen, de brandweer rood maar wel zwaailicht.
- Het zwaailicht gaat voor het licht.
- De brandweer gaat eerst.
- Daarna A.
Let op
Je rijdt door omdat je groen hebt.
Een zwaailicht gaat voor alles, ook voor jouw groene licht.
Tips
- Hoor je een sirene? Kijk waar hij vandaan komt en maak ruimte.
- Er kan nog een tweede voertuig achteraan komen: kijk goed voordat je weer wegrijdt.
Waarom het werkt
Een ambulance, brandweer of politie met zwaailicht is onderweg naar iemand die hulp nodig heeft. Iedereen maakt ruimte, ook als hij zelf groen heeft.