Hak het woord in klanken

Je leert een woord opschrijven door het in klanken te hakken en elke klank een letter te geven.

Zo schrijf je het

  1. Zeg het woord heel langzaam.
  2. Luister naar elke klank apart.
  3. Schrijf de klanken op in de volgorde die je hoort.
  4. Sla er geen één over.
Hak het woord in klanken
klompklomp

Een voorbeeld, uitgewerkt

Opa loopt op een houten ___. (hak het in klanken)

  1. Zeg het woord heel langzaam: k-l-o-m-p.
  2. Tel de klanken: vijf.
  3. Schrijf bij elke klank een letter, in de volgorde die je hoort.
  4. Lees het na: k, l, o, m, p.
  5. Je schrijft klomp.
Nog meer voorbeelden

In de ___ vallen de blaadjes. (hak het in klanken)

  1. Zeg het woord heel langzaam: h-e-r-f-s-t.
  2. Let op het eind: er staan vier medeklinkers achter elkaar.
  3. Schrijf ze allemaal op: herfst.

Papa leest de ___ aan tafel. (hak het in klanken)

  1. Zeg het woord heel langzaam: k-r-a-n-t.
  2. Er staan twee medeklinkers voor de a.
  3. Schrijf ze allebei op: krant.

Zelf proberen

  1. hak het in klanken

    Bij de warme boerenkool eten we een stukje ___.

  2. hak het in klanken

    Mijn broer tilt de zware kist met zo op: hij is heel ___.

Let op

  • Je slaat een klank over als er veel medeklinkers achter elkaar staan, zoals hers in plaats van herfst.

    Zeg het woord nog langzamer en tik bij elke klank met je vinger op tafel. Zoveel tikken, zoveel letters.

Tips

  • Tik bij elke klank met je vinger op tafel, dan tel je ze mee.
  • Lees je woord na het schrijven nog één keer langzaam voor.

Uitzonderingen

  • Soms schrijf je één klank met twee letters, zoals aa, oe, ng en ch.

Waarom het werkt

Een woord bestaat uit klanken die na elkaar komen. Zeg je het heel langzaam, dan hoor je ze los. Schrijf je elke klank op in de volgorde die je hoort, dan staat het woord er, zonder dat er een letter mist.