Cht of gt?
Je leert kiezen tussen cht en gt: het licht of hij ligt.
Zo schrijf je het
- Zet er hij voor: kan dat, dan is het een werkwoord.
- Schrijf bij een werkwoord de stam en plak er een t achter: lig + t is ligt.
- Schrijf bij elk ander woord cht, zoals in licht en nacht.
Een voorbeeld, uitgewerkt
De bal ___ in de tuin. (werkwoord liggen)
- Zet er hij voor: hij ligt.
- Dat kan, dus het is een werkwoord.
- Zoek de stam van liggen: lig.
- Plak er een t achter: ligt.
Nog meer voorbeelden
Het was een koude ___. (zelfstandig naamwoord)
- Zet er hij voor: hij nacht.
- Dat kan niet, dus het is geen werkwoord.
- Schrijf cht: nacht.
Doe de lamp aan, want ik heb ___ nodig. (zelfstandig naamwoord)
- Zet er de of het voor: het licht.
- Dat kan, dus het is geen werkwoord.
- Schrijf cht: licht.
Zelf proberen
zelfstandig naamwoord
Om die zware te verplaatsen heb je veel ___ .
bijvoeglijk naamwoord
Door het aanhoudende noodweer was de conditie van het heel ___.
Let op
Je schrijft gt bij een ding, zoals de nagt.
Alleen een werkwoord krijgt gt. Kun je er de voor zetten, dan is het cht.
Tips
- Kun je er hij voor zetten? Dan is het een werkwoord: stam + t.
- Eindigt de stam zelf al op ch, zoals bij lachen? Dan staat er cht: hij lacht.
Uitzonderingen
- Dacht, bracht en kocht zijn werkwoorden, maar je schrijft ze met cht. Die leer je als vaste woorden.
Waarom het werkt
Licht en ligt klinken precies hetzelfde. Het verschil zit in wat voor woord het is. Een werkwoord krijgt de stam met een t erachter: lig + t is ligt. Alle andere woorden schrijf je met cht.