Alle werkwoorden samen
Je leert alle werkwoorden van een zin vinden: de persoonsvorm en de andere werkwoorden, samen het gezegde.
Zo doe je de proef
- Zoek eerst de persoonsvorm met de vraagproef.
- Kijk of er nog een werkwoord in de zin staat, meestal helemaal achteraan.
- Wijs ze allebei aan: samen zijn ze het gezegde.
D1.000
—
H100
5
T10
3
E1
4
500 + 30 + 4=534
Een voorbeeld, uitgewerkt
Wijs alle werkwoorden aan: De kat heeft de muis gevangen.
- Maak er een vraag van: Heeft de kat de muis gevangen? Heeft is de persoonsvorm.
- Achteraan staat gevangen.
- Het gezegde is heeft gevangen.
Nog meer voorbeelden
Wijs alle werkwoorden aan: Ik moet mijn tas nog inpakken.
- Maak er een vraag van: Moet ik mijn tas nog inpakken? Moet is de persoonsvorm.
- Achteraan staat inpakken.
- Het gezegde is moet inpakken.
Wijs alle werkwoorden aan: Wij willen morgen gaan zwemmen.
- Maak er een vraag van: Willen wij morgen gaan zwemmen? Willen is de persoonsvorm.
- Achteraan staan gaan en zwemmen.
- Het gezegde is willen gaan zwemmen.
Let op
Je wijst alleen de persoonsvorm aan en vergeet het werkwoord achteraan.
Kijk na de persoonsvorm altijd nog even naar het eind van de zin.
Tips
- Een gezegde heeft maar één persoonsvorm, en soms nog meer werkwoorden erbij.
Uitzonderingen
- Staat er maar één werkwoord in de zin, dan is dat de persoonsvorm en ook het hele gezegde: De kat slaapt.
Waarom het werkt
In veel zinnen staan twee werkwoorden: de persoonsvorm en nog een werkwoord, meestal achteraan. Samen zeggen ze wat er gebeurt. Wie eerst de persoonsvorm zoekt, hoeft daarna alleen nog achteraan te kijken.