Dubbelop en stijlfouten
Je leert dubbelop-fouten herkennen: woorden die overbodig zijn omdat de betekenis al in de zin staat.
Zo doe je de proef
- Bij een pleonasme noem je een eigenschap die er al in zit.
- Denk aan witte sneeuw of groen gras.
- Bij een tautologie herhaal je twee synoniemen zoals maar echter.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Wijs het overbodige woord aan: De oude grijsaard wandelde over het plein.
- Kijk naar het woord grijsaard: dat betekent al een oude man.
- Het woord oude herhaalt die eigenschap.
- Het overbodige woord is oude.
Nog meer voorbeelden
Wijs het overbodige woord aan: Wij gaan gratis voor niets naar het museum.
- Kijk naar gratis en voor niets: beide betekenen kosteloos.
- De herhaling is dubbelop.
- Het overbodige stuk is voor niets.
Wijs het overbodige woord aan: Teken een ronde cirkel op het papier.
- Een cirkel is per definitie altijd rond.
- Het woord ronde voegt niets toe.
- Het overbodige woord is ronde.
Let op
Je denkt dat het gewone zelfstandig naamwoord fout is in plaats van het extra woord.
Het kernwoord (sneeuw, cirkel) moet blijven staan; het overbodige woord ervoor (witte, ronde) is dubbelop.
Tips
- Vraag je af: zit deze betekenis al in het andere woord opgesloten? Dan is het dubbelop.
Waarom het werkt
Soms gebruikt iemand twee woorden die hetzelfde betekenen of noemt iemand een eigenschap die al vanzelfsprekend is. Door zulke dubbelop-woorden weg te laten wordt je taalgebruik helder en bondig.