De directe rede

Je leert de directe rede herkennen: de letterlijke woorden die iemand uitspreekt, tussen aanhalingstekens.

Zo doe je de proef

  1. De directe rede zijn de precieze woorden die iemand zegt.
  2. Die woorden staan altijd tussen aanhalingstekens.
  3. Er staat een dubbele punt voor of een komma erachter.
Leestekens en directe rede

Moeder zei: “Kom binnen, het eten is klaar!”

Een dubbele punt vóór wat iemand zegt, aanhalingstekens om de woorden, en het slotteken binnen de aanhalingstekens.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wijs de directe rede aan: Moeder riep: "Het eten is klaar!"

  1. Kijk wie er spreekt: Moeder.
  2. Zoek de precieze woorden die zij uitspreekt.
  3. De directe rede staat tussen aanhalingstekens: "Het eten is klaar!".
Nog meer voorbeelden

Wijs de directe rede aan: "Ik heb gewonnen!" juichte Bram.

  1. Zoek de gesproken woorden vooraan in de zin.
  2. Kijk naar de aanhalingstekens.
  3. De directe rede is "Ik heb gewonnen!".

Wijs de directe rede aan: De juf vroeg: "Wie weet het antwoord?"

  1. Zoek de letterlijke vraag van de juf.
  2. Kijk naar de aanhalingstekens.
  3. De directe rede is "Wie weet het antwoord?".

Let op

  • Je wijst de verteller aan (zoals zei mijn moeder) in plaats van de gesproken woorden.

    De directe rede zijn alleen de woorden die uit iemands mond komen en tussen aanhalingstekens staan.

Tips

  • Zoek altijd eerst naar de aanhalingstekens: alles wat daartussen staat is de directe rede.

Waarom het werkt

Wanneer je in een verhaal precies opschrijft wat iemand zegt, gebruik je de directe rede. Die gesproken woorden zet je tussen aanhalingstekens. Voor of na het citaat staat wie het zegt.