Aanhalingstekens

Je leert welke woorden tussen aanhalingstekens komen: precies wat iemand zegt.

Zo doe je de proef

  1. Zoek wie er praat: dat staat voor de dubbele punt.
  2. Zoek wat die persoon precies zegt: dat komt tussen de aanhalingstekens.
  3. Zet het zo op papier: dubbele punt, aanhalingstekens eromheen, hoofdletter vooraan.
Leestekens en directe rede

Moeder zei: “Kom binnen, het eten is klaar!”

Een dubbele punt vóór wat iemand zegt, aanhalingstekens om de woorden, en het slotteken binnen de aanhalingstekens.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wijs aan wat er letterlijk gezegd wordt: Fien roept: kom je mee?

  1. Zoek wie er praat: Fien roept.
  2. Zoek wat Fien precies zegt: kom je mee? Zet een dubbele punt achter roept.
  3. Tussen de aanhalingstekens: "Kom je mee?".
Nog meer voorbeelden

Wijs aan wat er letterlijk gezegd wordt: Mijn oma vraagt: heb je honger?

  1. Zoek wie er praat: mijn oma vraagt.
  2. Zoek wat oma precies zegt: heb je honger? Tussen de aanhalingstekens: "Heb je honger?".

Wijs aan wat er letterlijk gezegd wordt: De agent zegt: stop daar.

  1. Zoek wie er praat: de agent zegt.
  2. Zoek wat de agent precies zegt: stop daar.
  3. Tussen de aanhalingstekens: "Stop daar.".

Let op

  • Je wijst ook aan wie er praat, zoals Fien roept.

    Wie er praat, hoort buiten de aanhalingstekens. Alleen de woorden die je uit zijn mond hoort, staan ertussen.

Tips

  • Wat er gezegd wordt begint met een hoofdletter, ook als het midden in de zin staat.

Uitzonderingen

  • Staat wie er praat achter de aanhalingstekens, zoals in "Kom mee," roept Fien, dan staat er een komma in plaats van een dubbele punt.

Waarom het werkt

Aanhalingstekens laten zien dat iemand letterlijk aan het woord is. Wie er praat, staat ervoor, met een dubbele punt. Wat die persoon zegt, staat ertussen, en begint met een hoofdletter.