De thuisrij
- 1De bultjesf, j en de spatie, en daarna d en k. Waar je handen liggen.
- f en j — de bultjes
- d en k — naast het bultje
- 2De hele thuisrijAlle acht de toetsen waar je vingers op rusten, plus g en h.
- f en j — de bultjes
- d en k — naast het bultje
- s en l — je ringvingers
- a en ; — je pinken
- g en h — naar binnen reiken
- De thuisrij door elkaar