Snelheid, afstand en tijd

Je leert uitrekenen hoe ver iemand komt als je de snelheid en de tijd weet.

Zo reken je het uit

  1. Lees de snelheid: zoveel km kom je in 1 uur, en 1 uur is 60 minuten.
  2. Gaat het om hele uren, doe dan de km keer het aantal uren.
  3. Gaat het om minuten, zoek dan welk deel van het uur het is, en neem dat deel van de km.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Een fietser rijdt 16 km per uur. Hoe ver komt hij in 3 uur?

  1. Lees de snelheid: in 1 uur komt hij 16 km.
  2. Doe keer 3 uur: 3 × 16 = 48.
  3. Hij komt 48 km ver.
Nog meer voorbeelden

Een fietser rijdt 60 km per uur. Hoe ver komt hij in 30 minuten?

  1. Zoek welk deel van het uur het is: 30 minuten is 12 uur.
  2. Neem de helft: 60 : 2 = 30.
  3. Hij komt 30 km ver.

Een fietser rijdt 18 km per uur. Hoe ver komt hij in 40 minuten?

  1. Zoek welk deel van het uur het is: 40 minuten is 23 uur.
  2. Neem 13: 18 : 3 = 6.
  3. Doe keer 2: 2 × 6 = 12.
  4. Hij komt 12 km ver.

Let op

  • Je doet de snelheid keer het aantal minuten: 60 × 30.

    De snelheid is per uur, niet per minuut. Kijk eerst welk deel van het uur het is.

  • Je denkt dat 30 minuten 0,30 uur is.

    Een uur is 60 minuten. 30 minuten is een half uur: 0,5 uur.

Tips

  • Snelheid is per uur: kijk eerst welk deel van het uur het is.

Waarom het werkt

16 km per uur betekent: in elk uur kom je 16 km verder. In 3 uur is dat 3 keer zo ver. Duurt het korter dan een uur, dan kom je maar een deel van die 16 km.