Verhoudingen vergelijken
Je leert een verhoudingstabel invullen door boven en onder hetzelfde keer te doen.
Zo reken je het uit
- Zoek boven hoeveel keer zo groot het getal wordt: 2 wordt 6, dat is keer 3.
- Doe het getal eronder ook keer 3.
- Tel er nooit zomaar iets bij op: dan klopt de verhouding niet meer.
2
6
3
9
Een voorbeeld, uitgewerkt
Boven 1 en 3, onder 2 en ?
- Zoek de factor boven: 1 × 3 = 3, dus keer 3.
- Doe onder ook keer 3: 2 × 3 = 6.
- Er hoort 6.
1
3
2
6
Nog meer voorbeelden
Boven 2 en 6, onder 3 en ?
- Zoek de factor boven: 2 × 3 = 6, dus keer 3.
- Doe onder ook keer 3: 3 × 3 = 9.
- Er hoort 9.
Boven 3 en 12, onder 5 en ?
- Zoek de factor boven: 3 × 4 = 12, dus keer 4.
- Doe onder ook keer 4: 5 × 4 = 20.
- Er hoort 20.
3
12
5
20
Let op
Je telt erbij in plaats van keer te doen: boven wordt 2 een 6, dus onder doe je 3 + 4 = 7.
Kijk hoeveel keer zo groot het wordt, niet hoeveel erbij komt. 2 wordt 6 is keer 3, dus onder 3 × 3 = 9.
Tips
- Teken een pijl tussen de getallen en schrijf er de keersom bij, zoals ‘keer 3’.
Waarom het werkt
In een verhoudingstabel horen de getallen boven en onder bij elkaar, zoals 2 pakken en 3 euro. Neem je 3 keer zoveel pakken, dan betaal je ook 3 keer zoveel. Daarom doe je onder altijd dezelfde keer als boven.