Breuk, procent, kommagetal

Je leert een verhouding schrijven als breuk, als kommagetal en als procent.

Zo reken je het uit

  1. Maak van ‘1 op de 4’ een breuk: 14.
  2. Deel boven door onder voor een kommagetal: 1 : 4 = 0,25.
  3. Doe dat keer 100 voor procent: 0,25 × 100 = 25%.
  4. Onthoud: het is steeds hetzelfde stuk, anders opgeschreven.
14

Een voorbeeld, uitgewerkt

1 op de 2, als breuk

  1. Van elke 2 is er 1.
  2. Zet 1 boven de streep en 2 eronder.
  3. Het is 12.
12
Nog meer voorbeelden

3 op de 4, als kommagetal

  1. Schrijf het als breuk: 34.
  2. Deel boven door onder: 3 : 4 = 0,75.
  3. Het is 0,75.
34

1 op de 5, als procent

  1. Schrijf het als breuk: 15.
  2. Deel boven door onder: 1 : 5 = 0,2.
  3. Doe keer 100: 0,2 × 100 = 20.
  4. Het is 20%.
15

Zelf proberen

  1. Schrijf dit als procent

    3 op de 4

  2. Schrijf dit als procent

    1 op de 10

Let op

  • Je schrijft 1 op de 4 als 1,4 of als 14%.

    Het is 1 van de 4, geen getal met twee cijfers. Maak er eerst een breuk van: 14.

  • Je vergeet keer 100 bij procent: 1 op de 4 wordt 0,25%.

    0,25 is een kommagetal. Voor procent doe je het keer 100: 25%.

Tips

  • Een kwart, 25% en 0,25 zijn drie namen voor hetzelfde.

Waarom het werkt

‘1 op de 4’ betekent: van elke 4 is er 1. Als breuk is dat 14, als kommagetal 0,25 en als procent 25%. Het is steeds hetzelfde stuk van de strook, alleen anders opgeschreven.