Geld

Oefen deze leerlijn

  1. 1Geld neerleggenWelke munten en briefjes samen een bedrag maken.
    • Geld neerleggen
    Uitleg: Grootste eerst
    Vanaf groep 4 · 12
  2. 2Rekenen met bedragenBedragen bij elkaar, en een prijs keer een aantal.
    • Bedragen optellen
    • Prijs keer aantal
    Uitleg: Eerst de euro’s, dan de centen · Los keer, en dan samen
    Vanaf groep 5 · 22
  3. 3TeruggevenWat je terugkrijgt van 5, 10, 20 en 50.
    • Teruggeven van 5 en 10
    • Teruggeven van 20 en 50
    Uitleg: Tel door tot het bedrag
    Vanaf groep 6 · 16