Klok & tijd

Oefen deze leerlijn

  1. 1KlokkijkenHele en halve uren, en de kwartieren.
    • Klok: hele en halve uren
    • Klok zetten: hele en halve uren
    • Klok: kwartieren
    • Klok zetten: kwartieren
    Uitleg: De klok lezen: heel, half en kwart · De wijzers zetten: heel, half en kwart
    Vanaf groep 3 · 72
  2. 2De klok op de minuutVijf over half, tien voor drie — de klok op de minuut.
    • Klok: hele en halve uren
    • Klok zetten: hele en halve uren
    • Klok: kwartieren
    • Klok zetten: kwartieren
    • Klok: op de minuut
    • Klok zetten: op de minuut
    Uitleg: De klok lezen: heel, half en kwart · De wijzers zetten: heel, half en kwart · Op de minuut · Tel de minuten in stapjes van vijf
    Vanaf groep 5 · 108
  3. 3Hoe lang duurt hetVan het ene tijdstip naar het andere — hoeveel minuten zit daartussen.
    • Hoe lang duurt het
    • Hoe lang duurt het, op de minuut
    Uitleg: Eerst naar het hele uur, dan verder · Via het hele uur, ook op de minuut
    Vanaf groep 5 · 25
  4. 4Eeuwen, jaren, weken en secondenElke tijdstap heeft zijn eigen maat — en de maanden erbij.
    • Tijd omrekenen
    • De maanden van het jaar
    Uitleg: Tijdmaten omrekenen · Tel ze af op je knokkels
    Vanaf groep 5 · 38
  5. 5Tijd met een kommaVan 2,5 uur naar minuten, en terug.
    • Tijd met een komma
    Uitleg: Tijdmaten omrekenen
    Vanaf groep 7 · 8
  6. 6De 24-uursklokOp het station staat 19:00 en op je pols zeven uur. Hoe je van de een naar de ander komt.
    • De 24-uursklok
    Uitleg: Boven de twaalf: haal er twaalf af
    Vanaf groep 6 · 22