Goed gezegd

Oefen deze leerlijn

  1. 1Die of dat, als of danDe drie die volwassenen ook fout doen: die/dat, als/dan, hun/hen.
    • Die of dat?
    • Als of dan?
    • Hun, hen of zij?
    Uitleg: Hoort er de of het bij? · Zijn ze gelijk, of niet? · Doet de groep zelf iets?
    Vanaf groep 7 · 24
  2. 2Die of datVerwijzen naar de-woorden en het-woorden.
    • Die of dat?
    Uitleg: Hoort er de of het bij?
    Vanaf groep 7 · 8
  3. 3Als of danGroter dan, even groot als: vergelijken zonder fouten.
    • Als of dan?
    Uitleg: Zijn ze gelijk, of niet?
    Vanaf groep 7 · 8
  4. 4Hun, hen of zijZij als onderwerp, hen na een voorzetsel, hun bezittelijk.
    • Hun, hen of zij?
    Uitleg: Doet de groep zelf iets?
    Vanaf groep 8 · 8
  5. 5Spreekwoorden en gezegdenDe vaste kernwoorden in bekende uitdrukkingen en gezegden.
    • Spreekwoorden en gezegden
    Uitleg: Het vaste woord in een uitdrukking
    Vanaf groep 7 · 12
  6. 6Vaste voorzetselsVoorzetsels die vast bij een werkwoord horen: wachten op, houden van.
    • Vaste voorzetsels bij werkwoorden
    Uitleg: Vaste voorzetsels bij werkwoorden
    Vanaf groep 7 · 8
  7. 7Dubbelop en stijlfoutenOverbodige woorden weglaten: witte sneeuw, overnieuw.
    • Dubbelop en stijlfouten
    Uitleg: Twee keer hetzelfde zeggen
    Vanaf groep 7 · 8
  8. 8Figuurlijk taalgebruikWoorden als beeld in plaats van letterlijk: door de mand vallen.
    • Figuurlijk taalgebruik
    Uitleg: Letterlijk of figuurlijk bedoeld?
    Vanaf groep 6 · 8