De lijdende vorm
Je leert de lijdende vorm herkennen: zinnen waarin het onderwerp de handeling ondergaat in plaats van zelf uitvoert.
Zo doe je de proef
- In een bedrijvende zin doet het onderwerp het werk zelf.
- In een lijdende zin ondergaat het onderwerp de handeling.
- De lijdende vorm heeft worden of zijn plus een voltooid deelwoord.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Wijs de lijdende werkwoordsvorm aan: De bal wordt getrapt door Milan.
- Vraag wie wat doet: Milan trapt de bal.
- De bal trapt niet zelf, maar ondergaat de trap.
- De werkwoorden zijn wordt getrapt.
Nog meer voorbeelden
Wijs de lijdende werkwoordsvorm aan: Het lied is gezongen door het koor.
- Kijk naar het onderwerp: het lied.
- Het lied zingt niet zelf.
- De lijdende werkwoordsvorm is is gezongen.
Wijs de lijdende werkwoordsvorm aan: De kamer werd schoongemaakt door Thomas.
- Zoek de werkwoorden: werd en schoongemaakt.
- Thomas poetst, de kamer ondergaat het.
- De lijdende vorm is werd schoongemaakt.
Let op
Je wijst de door-bepaling aan (door oma) in plaats van de werkwoorden.
Door oma zegt wie het doet. De lijdende werkwoordsvorm bestaat altijd uit de werkwoorden zelf: wordt gebakken.
Tips
- Een lijdende zin herken je vaak aan het woordje door met de maker erachter en een vorm van worden of zijn.
Waarom het werkt
In een bedrijvende zin voert het onderwerp de actie uit. In een lijdende zin ondergaat het onderwerp de actie. De lijdende vorm gebruikt worden of zijn met een voltooid deelwoord.