Het lijdend voorwerp

Je leert het lijdend voorwerp vinden met de vraag: wie of wat + persoonsvorm + onderwerp?

Zo doe je de proef

  1. Zoek eerst de persoonsvorm en dan het onderwerp.
  2. Vraag daarna: wie of wat + persoonsvorm + onderwerp? Het antwoord is het lijdend voorwerp.
Zinsontleding
De snelle hondonderwerp
vangtpersoonsvorm
de rode ballijdend voorwerp
in de tuinbepaling

Vraag: wie of wat, plus persoonsvorm, plus onderwerp?

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wijs het lijdend voorwerp aan: De kat vangt een muis.

  1. Zoek de persoonsvorm: vangt.
  2. Zoek het onderwerp: de kat.
  3. Vraag: wat vangt de kat? Het lijdend voorwerp is een muis.
Nog meer voorbeelden

Wijs het lijdend voorwerp aan: Wij bouwen een grote hut.

  1. Zoek de persoonsvorm: bouwen.
  2. Zoek het onderwerp: wij.
  3. Vraag: wat bouwen wij? Het lijdend voorwerp is een grote hut.

Wijs het lijdend voorwerp aan: Mijn opa leest de krant.

  1. Zoek de persoonsvorm: leest.
  2. Zoek het onderwerp: mijn opa.
  3. Vraag: wat leest mijn opa? Het lijdend voorwerp is de krant.

Let op

  • Je wijst het onderwerp aan, omdat het ook een ding of een persoon is.

    Het onderwerp doet het, het lijdend voorwerp ondergaat het. Zet het onderwerp in je vraag: wat vangt de kat?

Tips

  • Verwacht je een persoon, vraag dan wie, bijvoorbeeld wie ziet Tim?; verwacht je een ding, vraag dan wat.

Uitzonderingen

  • Niet elke zin heeft een lijdend voorwerp: in De kat slaapt overkomt er niemand iets.

Waarom het werkt

Het lijdend voorwerp is wie of wat iets overkomt: wat wordt er gevangen, gelezen, gebouwd? Die vraag stel je met de persoonsvorm en het onderwerp erin. Daarom zoek je die twee eerst.