Combinaties tellen

Je leert het aantal mogelijke combinaties uit twee groepen berekenen met keer.

Zo reken je het uit

  1. Kies je uit twee groepen.
  2. Vermenigvuldig dan de aantallen keuzes met elkaar.
3 × 4

Een voorbeeld, uitgewerkt

3 soepen en 4 broodjes

  1. Kijk naar het aantal keuzes in de eerste groep: 3 soorten soep.
  2. Kijk naar de tweede groep: 4 soorten broodjes.
  3. Vermenigvuldig de aantallen: 3 × 4 = 12.
  4. Er zijn 12 combinaties mogelijk.
Nog meer voorbeelden

2 shirts en 5 broeken

  1. Vermenigvuldig de keuzes: 2 × 5 = 10.
  2. Er zijn 10 combinaties mogelijk.

4 ijssmaken en 3 toppings

  1. Vermenigvuldig de keuzes met elkaar: 4 × 3 = 12.
  2. Er zijn 12 combinaties mogelijk.

Zelf proberen

  1. Vermenigvuldig het aantal keuzes uit beide groepen

    Je kiest uit 4 voorgerechten en 5 hoofdgerechten. Hoeveel zijn er ?

  2. Vermenigvuldig het aantal keuzes uit beide groepen

    Je kiest uit 5 ijssmaken en 4 toppings. Hoeveel zijn er ?

Let op

  • Je telt de keuzes bij elkaar op in plaats van ze te vermenigvuldigen: 3 + 4 = 7.

    Bij elke soep kun je elk broodje kiezen: dat is herhaald optellen, dus vermenigvuldigen.

Tips

  • Aantal opties groep 1 keer aantal opties groep 2 geeft het totaal aantal combinaties.

Waarom het werkt

Als je een keuze maakt uit twee groepen, combineer je elke optie van groep 1 met elke optie van groep 2. Door de aantallen met elkaar te vermenigvuldigen, weet je meteen hoeveel combinaties er zijn.